Jan Everink Site


Afweerversterking door stressbeheersing (deel 2 van 3)     naar deel 1

door ing. Jan Everink

november 2020

Het afweersysteem

Het afweersysteem bestaat uit twee subsystemen die aanzienlijk verschillen: de aspecifieke en de specifieke afweer. Door achteruitgang van met name de aspecifieke afweer kan de vatbaarheid voor infectieziektes sterk toenemen. De aspecifieke afweer zorgt bij het contact met een ziekteverwekker dat deze zich niet in het lichaam kan vermenigvuldigen. Dan ontstaat geen infectie, want besmetting met een pathogeen leidt alleen dan tot een infectie als het afweersysteem er niet in slaagt deze ziektekiem te belemmeren om zich te vermenigvuldigen.

Daarom is vooral de eerstelijns verdediging belangrijk. Dit onderdeel van het afweersysteem, de aspecifieke afweer, werkt tegen alle soorten ziektekiemen. In plaats van aspecifieke afweer wordt ook wel gesproken over aangeboren immuniteit. Over de aspecifieke afweer worden steeds meer belangrijke nieuwe ontdekkingen gedaan. Met name door de ontdekking van de zogenoemde antimicrobiële peptiden (APen) is bekend dat de aspecifieke immuniteit heel doeltreffend kan zijn. [ref. 9]

Deze APen zijn vergelijkbaar met de bekende antistoffen die door de specifieke afweer worden gemaakt. Een belangrijk verschil is dat ze bij een lichte besmetting al onmiddellijk tegen de indringer in actie kunnen gaan. De aanduiding aspecifieke afweer voor de aangeboren immuniteit blijkt overigens niet helemaal correct te zijn, aangezien de werking van APen wel tamelijk specifiek kan zijn. Dat is mogelijk door het als mogelijk ziekteverwekkend herkennen van bepaalde moleculaire structuren. [ref. 9] De aspecifieke afweer kan de schadelijkheid van een micro-organisme al vaststellen zonder deze ziekteverwekker nog exact te herkennen.

De toenemende kennis over de aangeboren immuniteit werpt nieuw licht op de mogelijkheden tot preventie van infectieziekten. Bij een optimaal functionerend afweersysteem, waarbij de aangeboren immuniteit heel effectief is, hoeft de specifieke afweer vrijwel nooit in actie te komen. De kans op een infectieziekte wordt dan enorm teruggedrongen.

De nieuwe kennis biedt onder meer verdere mogelijkheden voor orthomoleculaire afweerversterking, aangezien bij de vervaardiging in het lichaam van APen verschillende voedingsstoffen een rol spelen. Ook is door deze nieuwe informatie nog duidelijker waarom afweerversterking zo effectief kan zijn: verbeterde endogene productie van APen zorgt voor een doeltreffende eerstelijns bescherming.

Het andere onderdeel van het afweersysteem, de specifieke afweer, komt pas in actie als bij een besmetting het pathogeen probeert om zich in het lichaam te vermenigvuldigen. Het lichaam bestrijdt de indringer dan door het aanmaken van specifiek tegen deze ziekteverwekker werkzame antistoffen. Daarmee wordt doelgerichte immuniteit tegen deze bepaalde ziektekiem opgebouwd.

De activiteit van de specifieke afweer gaat dikwijls gepaard met symptomen; dat zijn geen indicaties van ziekte maar gezonde reacties van het lichaam om een infectieziekte te voorkomen. Er is dan nog steeds alleen maar een besmetting en geen infectie. De symptomen kunnen heel vervelend zijn, maar als de specifieke afweer in goede conditie is hoeft nog steeds niet voor een infectieziekte te worden gevreesd.

Invloedsfactoren afweersysteem

Of het afweersysteem in goede of minder goede staat verkeert hangt af van verschillende factoren, met name leefwijze, voeding en stress. Over de invloed van leefwijze en voeding op de afweer is al heel veel informatie beschikbaar. Herhaaldelijk is door deskundigen benadrukt dat het voor de gezondheid heel belangrijk is hoe men leeft en wat men eet. Zo werd er onlangs nog door de neuroloog prof. Erik Scherder op gewezen dat een verstandige actieve leefwijze en gezonde voeding sterk kunnen bijdragen aan het voorkomen van infectueuze aandoeningen zoals corona. [ref. 10] Aan kennis over de invloed van leefwijze en voeding op het afweersysteem ontbreekt het niet. Wel zou door overheden en andere organisaties nog meer aan duidelijke voorlichting daarover gedaan kunnen worden.

Naast leefwijze en voeding is er nog een andere, minder als zodanig bekende, oorzaak van tekortschietende afweer: distress. In eerste instantie heeft distress vooral invloed op de psyche, maar vervolgens ook psychosomatische effecten, waaronder verminderde effectiviteit van het afweersysteem.

Stress, psychosomatiek en afweer

Door distress gaat eerst de psychische conditie achteruit en als gevolg daarvan ook de lichamelijke gezondheid. De psyche heeft sterke invloed op de lichamelijke conditie, en deze psychosomatische invloed kan gunstig of juist ongunstig zijn. Dat de psychosomatiek in verband met ziekte en gezondheid belangrijk is wordt tegenwoordig toenemend ingezien. Vermeldenswaard wat dit betreft is bijvoorbeeld het boek "De derde revolutie in de geneeskunde" [ref. 11] door Charles De Monchy. Dit boek geeft vrij goed aan hoe het denken in de medische wereld in de richting van meer erkenning van psychosomatische factoren aan het veranderen is. Opmerkelijk is overigens dat De Monchy wel de belangrijke invloed van de psyche met betrekking tot gezondheid en ziekte erkent, maar desondanks het bestaan van de psyche als een zelfstandige oorzakelijke entiteit wil ontkennen.

Voor dat daadwerkelijke bestaan en die zelfstandigheid werden al door Descartes overtuigende argumenten aangevoerd. Uiteindelijk kan de psychosomatiek alleen worden begrepen als het reële bestaan van de psyche wordt erkend. De psyche is niet slechts een bijverschijnsel van hersenwerkingen maar dat ben je zelf, als zelfstandig spiritueel wezen met belangrijke oorzakelijke vermogens. Dit spirituele ik, de psyche, heeft veel invloed op de gezondheid. Daarom is het ook vanwege de lichamelijke gezondheid belangrijk om niet door distress in een lagere psychische gesteldheid te komen.
De toegenomen erkenning van de psychosomatiek heeft er onder meer toe geleid dat veel mensen tegenwoordig meer verantwoording voor hun eigen gezondheid nemen. Dat heeft uit het oogpunt van psychosomatische gezondheidsbevordering al direct een positief effect. Voedings- en lifestylecoach Mike Verest stelde wat dit betreft: "... beseffen dat je lichaam een eigen gezondheidssysteem heeft en opzoeken hoe je dat het beste kunt ondersteunen, geeft je al meteen iets van kracht terug." [ref. 12]

De maatregelen tegen de verspreiding van het corona-virus blijken bij veel mensen de psychische gezondheid aan te tasten, zo is uit het al genoemde Trimbos-onderzoek gebleken. [ref. 3] Het lijkt er dus op dat deze maatregelen ten dele een contraproductieve werking hebben: door de ongunstige psychische effecten verzwakken ze de afweer bij de bevolking, met als gevolg meer risico op corona-infecties.

Psyche en archeus

De biochemische mechanismen die bij het handhaven van de gezondheid plaatsvinden zijn zoals bekend heel complex. Dat iemand zonder fysiologische kennis toch veel invloed op zijn gezondheid kan hebben komt omdat het vooral psychosomatische factoren zijn die de gezondheid sturen. De eigen psychische conditie is belangrijker dan diepgaande kennis over het menselijk lichaam. Gezondheid is vooral een psychosomatisch fenomeen. De psyche stuurt een "innerlijke dokter" en deze houdt het lichaam wel of niet in goede conditie.

Meer over de archeus in mijn artikel "Gezond en fit door toepassing van vitalistische kennis" [ref. 13].

De directe besturing van de lichaamssystemen gebeurt door deze innerlijke dokter, de archeus, ofwel biologische ziel. Al in de 16de eeuw werd daarover geschreven door de arts Paracelsus. De archeus is een inwendige biochemicus die via verschillende systemen het lichamelijke functioneren bestuurt, en die er onder meer voor zorgt dat er geen schadelijke substanties in het lichaam kunnen doordringen. Mits de archeus wordt ondersteund met een verstandige en stressbestendige leefwijze en goede voeding zal deze zijn taak doeltreffend vervullen.

L. Ron Hubbard gebruikte voor de biologische ziel de aanduiding Genetische Entiteit. Hubbard ontdekte dat deze GE ondergeschikt is aan het bewuste ik. De uiteindelijke psychosomatische besturing kan van het bewuste ik komen. Dat is met name belangrijk als de effectiviteit van de "innerlijke dokter" door distress geleidelijk achteruit is gegaan. Door cumulatie van stress kan de doelmatigheid van de archeus om het lichaam in goede conditie te houden minder worden. Maar de psyche, het bewuste ik, kan de archeus weer motiveren en helpen om het lichaam gezond te houden. Wie in goede psychische conditie is kan gemakkelijk een positieve invloed op zijn gezondheid uitoefenen.

Al langer is bekend dat het overgrote deel van alle ziektegevallen psychosomatisch is. Controle over de eigen psychische gesteldheid is daarom behalve om in een plezierige stemming te blijven ook in verband met de lichamelijke gezondheid heel belangrijk.

Naar deel 3   >>>

(De literatuurreferenties staan aan het eind van deel 3.)

Copyright © 2020 Jan Everink