Jan Everink Site   Home Email


Rond 2500 v. Chr. trokken mensen uit heel Europa naar het Nederlandse leefgebied

Zeewaartse duin-uitbreiding: terugwinnen van door de zee overspoeld land (2)           naar deel 1

door ing. Jan Everink

juli 2012


De ontwikkeling van een leefomgeving

Door een toevallige samenloop van natuurlijke omstandigheden was rond 2500 v.Chr. in Nederland een goede leefomgeving ontstaan. Dit gunstige woongebied trok mensen vanuit heel Europa aan. Sommigen vestigden zich op de relatief hoge gronden in Drenthe, Overijssel en de Veluwe. Anderen trokken verder en gingen wonen op de oevers van de vele kreken in het waterrijke gebied ten oosten van de duinen. Een groot aantal reisde nog verder naar het westen en koos de duinen als woonplaats.

Het tot die tijd vrijwel onbewoonde Nederland raakte tijdens het Subboreaal relatief dichtbevolkt. Deze nieuwe bewoners leefden van onder meer visvangst, jacht, landbouw en veeteelt. Geleidelijk werd de Nederlandse leefomgeving door de bewoners verder ontwikkeld. Onder meer raakte het land doorkruist met wegen, waarlangs ook van elders komende handelaren reisden. Tot hun handelswaar behoorden voorwerpen van brons, zoals bijlen, dolken, gespen en armbanden. Behalve door wegenaanleg werd de leefbaarheid verbeterd door eenvoudige waterwerken.


Nederlandse identiteit: waterbeheersing

De periode van 2500 tot 500 v.Chr., kan worden beschouwd als het historische begin van de Nederlandse samenleving. Het lijkt er op dat zich in dit tijdperk een Nederlandse identiteit heeft ontwikkeld. Daarin speelde het vermogen tot het onder controle brengen van het water een belangrijke rol.

Er vonden nog steeds overstromingen plaats maar die waren minder erg dan in het voorgaande tijdperk. Het duingebied werd er relatief weinig door aangetast, maar sommige overstromingen troffen wel het achterland, namelijk via de nog steeds bestaande zeegaten en binnenzeeën die zich tijdens het Atlanticum hadden gevormd. Tussen de duinen en de hogere gronden in het oosten van Nederland bevond zich een waterrijk gebied met gunstige mogelijkheden voor landbouw. De mensen die daar woonden ontwikkelden uiteenlopende technieken voor waterbeheersing, zoals terpenbouw en afwatering van landbouwgrond.

Na enkele eeuwen raakte ook het achterland beter tegen de zee beschermd, namelijk doordat de zeegaten door opslibbing van de zee afgesloten raakten. Ook ter plaatse van de voormalige zeegaten ontwikkelden zich duinen, zodat langs de hele kust, behalve bij de mondingen van de rivieren, het land door een hoog duingebied tegen overstromingen was beschermd. Achter de duinen bleef het gebied moerassig, omdat het regen- en rivierwater door de aanwezigheid van de duinen niet gemakkelijk naar de zee kon stromen. Waterbeheersing bleef een essentieel onderdeel van het Nederlandse leefpatroon.


Oorspronkelijke kustlijn

Tijdens het Subboreaal was de Nederlandse kust door een natuurlijke barrière zeer doeltreffend tegen de zee beveiligd. Deze oude duinen werden helaas later, tijdens de Romeinse tijd, grotendeels door de zee weggevaagd maar er zijn nog steeds restanten van aanwezig. Deze liggen ten oosten van de tegenwoordige duinen, hetgeen ten onrechte de indruk kan wekken dat de kust zich naar het westen heeft verplaatst. Van de oude duinen is namelijk alleen de oostelijke rand overgebleven. Vanaf die rand strekte het oude duingebied zich uit tot kilometers ten westen van de tegenwoordige kustlijn. Het tegenwoordige duingebied kwam grotendeels pas in de Middeleeuwen tot stand.

De waterbouwkundige kennis en de technische middelen van de toenmalige bewoners van ons land waren onvoldoende om de kustlijn en de uit duinen bestaande zeewering in stand te houden toen vanaf ongeveer 500 v. Chr. het water weer gewelddadig kwam opzetten. Door de transgressie tijdens de Romeinse tijd werd de gesloten kustlijn op veel plaatsen doorbroken. Een groot deel van de oude duinen verdween en de kustlijn verschoof landinwaarts. Het achterland was niet langer tegen de zee beschermd. Tegenwoordig hebben we de kennis en de technische middelen wél. Daarom is het in onze tijd logisch en zinvol om te besluiten tot het systematisch versterken en zeewaarts uitbreiden van de zeewerende duinrug.

In het oorspronkelijke ontwerp voor de Deltawerken zou de kust volledig dicht gaan, zodat de zee geen enkele invloed meer zou hebben op het waterniveau in het kustgebied. De Zeeuwse wateren zouden tezamen één groot zoetwatergebied vormen met een peil dat onafhankelijk was van het zeeniveau. Om uiteenlopende redenen is later het oorspronkelijke Delta-principe om de kust volledig af te sluiten losgelaten, maar in het licht van de tegenwoordige kennis is het weer zeer relevant.

In Zuidwest-Nederland, het deltagebied van de rivieren Rijn, Maas en Schelde, wordt het steeds moeilijker en duurder om met open zeegaten een voldoende veiligheidsniveau te handhaven. Dat de stap naar volledige afsluiting van de zeegaten uiteindelijk gemaakt zal worden is wel zeker, aangezien het anders op lange termijn onmogelijk wordt om Zeeland en de zuidelijke Randstad tegen het toenemende overstromingsgevaar te beveiligen.


Hele kust dicht

Hoe eerder het principebesluit wordt genomen dat de kust volledig afgesloten moet worden hoe beter. Zodra dat besluit is genomen kan het kustbeleid in die richting verder worden ontwikkeld. Tot nu toe is het probleem van de rivier-afvoer opgelost door langs de benedenlopen van de rivieren steeds hogere dijken te bouwen. Zo is gezorgd dat het niveau in de rivieren voldoende hoog kon blijven voor de noodzakelijke doorstroming in de richting van de zee. Maar deze oplossing is op lange termijn onmogelijk want de zeespiegel zal waarschijnlijk nog veel hoger worden. Uiteindelijk zal gekozen moeten worden voor het afsluiten van elke verbinding met de zee en het door middel van gemalen in de zee lozen van het rivierwater. Voor de scheepvaart zullen schutsluizen gebouwd moeten worden.

Alleen als de kust helemaal dicht is kan het waterniveau in het benedenloop-gebied goed worden beheerst. Het vele water van de grote rivieren stroomt snel van het hogere oostelijke deel van ons land naar het westen dat tegenwoordig al enkele meters onder de zeespiegel ligt. Van daar moet al dit rivierwater de zee in, hetgeen dus een probleem is want het zeeniveau ligt hoger en water kan alleen omlaag stromen. De oplossing van het hoger maken van de rivierdijken kan niet onbeperkt doorgaan. Door de bodemdaling en de zeespiegelstijging wordt het hoogteverschil steeds groter, waardoor op lange termijn het tot een veilig niveau verhogen van de dijken niet meer realiseerbaar is.

Ook het programma Ruimte voor de Rivier kan, zolang de kust niet volledig is afgesloten, in het gebied van de benedenlopen geen oplossing bieden. Bij een open verbinding domineert de zee immers in het deltagebied. Ruimte voor de Rivier wordt wel relevant als de kust dicht gaat, want dan moet er waterbergingscapaciteit beschikbaar zijn voor mogelijke periodes dat niet snel genoeg geloosd kan worden.


Megaduin

Het volledig afsluiten van de kust is op zichzelf niet voldoende voor een blijvend hoog veiligheidsniveau. Wél ontstaat door die maatregel de mogelijkheid om door uitbreiding van de zeewerende duinrug de veiligheid langs de hele kust stelselmatig verder te verbeteren.

Een megaduin langs de hele kust, door zeewaartse uitbreiding van de bestaande zeereep, kan Nederland zelfs bij het ergste zeespiegel-scenario tegen overstromingen beschermen. De ontwikkeling van zo'n megaduin is ook een vorm van landwinning. Er ontstaat een groot nieuw natuurlijk gebied, waar uiteenlopende recreatieve functies mogelijk zijn. (Lees voor een volledige beschrijving mijn artikel "Megaduin" op deze site.)

Een megaduin kan gerealiseerd worden door periodieke zeewaartse verbredingen van de zeewerende duinrug met bijvoorbeeld 25 meter. Als om de 5 jaar een verbreding met 25 meter wordt gerealiseerd is de zeereep na 25 jaar 125 meter breder geworden. Door beplanting met helm en zandsuppleties op het strand kan worden gezorgd dat het megaduin vanzelf hoger wordt. Opstuivend zand wordt namelijk door helm vastgehouden. Door een jaarlijkse hoogte-toename van 40 cm kan de zeewerende duinrug na 25 jaar 10 meter hoger zijn.

Toen het Nederlandse ecosysteem van 2500 tot 500 v.Chr. optimaal functioneerde bevond zich een breed duingebied langs de hele kust, die kilometers meer naar het westen lag dan tegenwoordig. Dat duingebied bleek niet bestand tegen het watergeweld gedurende de Romeinse tijd. Ook tegenwoordig leven we weer in een transgressie-periode, met als gevolg kust-erosie en toename van het overstromingsrisico. Een mega-overstroming is ook in onze tijd mogelijk. De oplossing is om de kust volledig af te sluiten en over de hele lengte te beschermen door een megaduin, een omvangrijke seminatuurlijke zeewering.


Literatuur:

J.J.Ph. Beernink: “Waterbouwkundige werken der oudheid in Nederland”, Kluwer, Deventer, 1937.

Prof. Dr. F.J. Faber: "Hoe Nederland ontstond", Servire, Katwijk, 1979.

G.D. van der Heide: "Van landijs tot polderland"; Strengholt's Uitg., Amsterdam, 1965.

K.J.B. Keuning: "Geschiedenis van de wegen tussen Rijn en IJ", Arcadia, Haarlem, 2000.

Riet Kouwenhoven et al: "Duinen - Wording en verwording”, Stichting Ekologie, Amsterdam, 1983.

Rapport "Lange termijn verkenning Zuidwestelijke Delta", 20 sept. 2011.


Copyright © 2012 Jan Everink