Jan Everink Site Home Email Print

www.janeverink.com

De techniek van het internet: verleden, heden en toekomst (2)
naar deel 1

Jan Everink, 2010

Geen hiërarchische organisatie

Het internet is organisatorisch begonnen als een tamelijk vrijblijvend samenwerkingsverband en in principe is het dat nog steeds. De samenwerking heeft echter in de loop der jaren wel stabielere vormen aangenomen. In de tegenwoordige internetgemeenschap kunnen globaal vier soorten deelnemers worden onderscheiden: backbone providers, access providers, domeinhouders en eindgebruikers.

De backbone providers ofwel IBP's (Internet Backbone Providers) leveren tezamen de beschikbaarheid van het geheel van hoge capaciteit lange-afstand netwerken. Er zijn vele backbone-providers, zowel grote als kleinere. De grootste van deze aanbieders, de zogenoemde Tier 1 providers, beschikken over eigen hoge-capaciteit glasvezelverbindingen, waaronder ook trans-Atlantische. De kleinere IBP's leveren veelal alleen nationale en regionale transmissie. De IBP's hebben hun fysieke netwerken voortdurend verder uitgebreid om tegemoet te kunnen blijven komen aan de groeiende vraag naar transmissiecapaciteit. Dankzij de glasvezeltechniek kan de expansie in principe ook in de toekomst vrijwel onbelemmerd voortgaan.

De access providers ofwel ISP's (Internet Service Providers) leveren uiteenlopende diensten aan domeinhouders en eindgebruikers. Behalve een toegangsweg tot het internet bieden ze vaak ook hosting en email aan. Verder leveren ze veelal diverse aanvullende computerdiensten, zoals applicaties om gemakkelijk een eenvoudige website te bouwen en web-based email met spamfiltering.

Aanvankelijk waren ISP's veelal direct met een of meer backbone providers verbonden maar later gingen ze, eerst in de VS en daarna ook in andere landen, samenwerken en creë´erden ze regionale knooppunten voor het uitwisselen van hun bitstromen. Met deze Internet Exchanges kunnen ze niet alleen kosten besparen maar ook hun prestaties verbeteren. Sinds 1994 functioneert in Nederland de AMS-IX, de grootste Internet Exchange ter wereld, zowel wat betreft het aantal deelnemers als de hoeveelheid verkeer.
Grote ondernemingen en ASP's (Application Service Providers) hebben vaak nog steeds een eigen directe verbinding met een Tier 1 provider.

Domeinhouders zijn organisaties en personen met een of meer eigen adressen op het internet. Een domein kan worden beschouwd als een locatie in "cyberspace" waar e-mail-adressen en websites gevestigd kunnen worden. Veel domeinhouders zijn content providers, ze creëren publicaties en toepassingen en plaatsen die op hun website.
Om op een domein voorzieningen als een website en e-mail te installeren en in werking te houden is een server nodig, een met het internet verbonden computer waarop de benodigde software draait. Het door ISP's aan domeinhouders voor een vast bedrag per maand of per jaar beschikbaar stellen van opslagruimte en server-faciliteiten op hun computer wordt hosting genoemd. De meeste domeinhouders hebben geen eigen server maar maken gebruik van hosting bij een ISP, evenals van uiteenlopende aanvullende door de ISP geleverde services.

En dan is er natuurlijk nog de grote groep eindgebruikers, de vele mensen die om zeer verschillende redenen e-mailen, op het web surfen en van velerlei webtoepassingen gebruikmaken. De door het internet geboden mogelijkheden zijn inmiddels zeer uitgebreid en omvatten behalve e-mail en naar informatie zoeken vele andere online toepassingen. Verder is het tegenwoordig ook zonder een eigen domein mogelijk om als content provider op te treden, namelijk door deelname aan forums en sociale netwerken.

Toegang steeds makkelijker en sneller

Internet-eindgebruikers maken in principe altijd gebruik van de diensten van een ISP (Internet Service Provider), ook wel access provider genoemd. In de beginjaren van het internet werd voor de verbinding van de eindgebruiker met de ISP meestal een gekozen telefoonlijn gebruikt. Maar dial-up verbindingen zijn voor digitale transmissie ondoelmatig en traag omdat zulke circuitgeschakelde verbindingen de beschikbare fysieke capaciteit inefficiënt gebruiken.

Inmiddels worden dan ook verschillende andere systemen toegepast, waarbij ook voor de toegangsweg van de gebruiker tot het internet hoge transmissiesnelheid beschikbaar is. Zo kan de capaciteit van een telefonische internet- aansluiting met ADSL (Asymmetric Digital Subscriber Line) sterk worden vergroot, waarbij de lijn bovendien tezelfdertijd voor normaal telefoonverkeer kan worden gebruikt. Verder kan ook de in veel woningen aanwezige aansluiting op het tv-kabelnet tevens voor breedband-toegang tot het internet dienst doen.

In opkomst is FttH (Fiber to the Home), de aanleg van glasvezelnetwerken in stedelijke omgevingen. Via zulke bekabeling kunnen nu al transmissiesnelheden tot 100 Mbits/sec worden bereikt. Hogere snelheden zijn in principe technisch al mogelijk maar praktisch nog niet interessant. De ontwikkelingen op het gebied van de glasvezeltechniek gaan snel en zijn zeer veelbelovend, zodat wel zeker op langere termijn voor de verbindingsroute van de eindgebruiker naar het internet nog veel hogere snelheden toegepast zullen worden.

Interessant zijn verder de WiFi (Wireless Fidelity)-netwerken die op steeds meer locaties worden toegepast. Door onder meer hotels en restaurants en op vliegvelden worden zulke draadloze netwerken voor toegang tot het internet beschikbaar gesteld, al dan niet tegen betaling. De mogelijkheden om onderweg te gaan internetten zijn verder vergemakkelijkt door de opkomst van notebook- en netbook-computers. Deze zijn veelal bij aanschaf al geschikt om contact met een WiFi-netwerk te maken.
WiFi-netwerken worden ook vaak gebruikt voor de binnenshuis-verbinding van een of meer computers met de internet-aansluiting.

Interessant is verder dat het ook steeds meer mogelijk wordt om andere apparaten dan computers aan het internet te koppelen. Daartoe behoren telefoontoestellen, mobiele telefoons en tv-toestellen. Over enkele jaren zullen tv's waarschijnlijk standaard voorzien zijn van een internet-aansluiting.

De sterke toename van het internetgebruik veroorzaakt een voortdurend groeiende vraag naar backbone-capaciteit. Dankzij deze groeiende vraag kunnen backbone providers en leveranciers van glasvezeltechnologie investeren in research en hun omzet vergroten. De expansie gaat snel en is vooral mogelijk dankzij optische datatransmissie, het gebruik als informatiedrager van laserlicht in glasvezelkabels. De glasvezeltechniek is nog sterk in ontwikkeling; de transmissiecapaciteit van de kabels wordt steeds hoger. Door méér en snellere glasvezelbekabeling kan de fysieke structuur voor het internet vooralsnog vrijwel onbeperkt groeien.

Toch komt het voor dat delen van het internet door overbelasting relatief traag functioneren. Als de beschikbare kanalen overvol raken dan gebeurt hetzelfde als we vaak zien op de Nederlandse wegen: er ontstaan opstoppingen en vertragingen. Overbelasting kan onder meer ontstaan door het oprukken van internet-tv. Terwijl het downloaden van muziekbestanden en online gamen al erg veel transmissiecapaciteit opslokken is dat bij internet-tv nog veel erger het geval.

lees verder >>




Copyright  ©  2010 Jan Everink