J  a  n      E   v   e  r   i   n  k      S  i  t  e   Home E-mail


Preventie van kusterosie, een vitaal veiligheidsbelang (3)

Kusterosie is achterstallig onderhoud


door ing. Jan Everink

juli 2010

Derde en laatste artikel over de preventie van kusterosie.

In de eerdere artikelen in deze serie werd toegelicht dat in ons land een bijzonder systeem voor zeewering wordt toegepast, waarbij natuurlijke processen bijdragen aan de bescherming tegen overstromingen.
Als gevolg van de zeespiegelstijging gaat de werking van deze seminatuurlijke zeewering echter steeds verder achteruit, een verschijnsel dat wordt aangeduid als kusterosie.
Het beschermingssysteem dat langs de kust tot stand is gebracht, waarvan het belangrijkste onderdeel de zeereep is, kan door preventief onderhoud meegroeien met de zeespiegelstijging. Kusterosie is niet nodig en bestaat in feite slechts uit achterstallig onderhoud.


Meerdere soorten kusterosie

In 1990 werd door de overheid ingezien dat de voortdurende kusterosie een gevaarlijk fenomeen was dat hoe dan ook gestopt moest worden. Hoe ernstig dit gebeuren precies was wist men echter niet. Zeker was dat de kust geleidelijk steeds verder landinwaarts schoof maar exacte cijfers daarover ontbraken. Daarom werd in 1993 de toenmalige kustlijn gedefinieerd als de basiskustlijn ofwel BKL. Sindsdien is het mogelijk om verschuivingen van de kustlijn ten opzichte van de BKL vrij exact te meten en dat gebeurt ook regelmatig. Op basis van de door meting verkregen informatie over de kustlijnverplaatsing wordt door middel van zandsuppletie gezorgd dat de kustlijn gemiddeld ongeveer op dezelfde plaats blijft.

Kusterosie omvat echter verschillende andere aspecten dan alleen het landinwaarts verschuiven van de kustlijn. Onder meer kan de voet van de zeereep worden aangetast door golferosie. Ook kan als de wind te weinig nieuw zand op de zeereep brengt de helmbegroeiing achteruitgaan. Alleen zandsuppletie garandeert geenszins dat de seminatuurlijke kustbescherming in goede staat blijft. Er kunnen ondanks de suppletie door erosie zelfs doorgangen ofwel kerven in de zeereep ontstaan. Zo'n kerf kan door verdere erosie een slufter worden, een gevaarlijke geul waardoor het zeewater bij vloed doordringt in het achter de zeereep gelegen gebied.

Kusterosie is niet nodig want kan door professioneel kustbeheer worden voorkómen. Over hoe dat moet bestaat veel door ervaring en onderzoek verkregen knowhow. Hieronder volgt een korte bespreking van enkele technieken die toegepast kunnen en moeten worden om te zorgen dat de seminatuurlijke kustbescherming in goede staat blijft.


Helmgroei-bevordering

Essentieel in het kustbeheer is de zorg voor een gezonde helmbegroeiing. Helmgroei is een al eeuwenlang toegepaste effectieve methode om de zeereep te beschermen tegen de wind. Helmplanten zorgen dat de wind de zeereep niet kan aantasten en geven bovendien door hun wortels structurele stevigheid. Als een stuk van de duinvoet door een storm is weggeslagen ziet men daar vaak de zeer lange wortelstokken van helmplanten. Deze wortelstokken dringen diep in het zand en dragen zo bij aan de stevigheid van de zeereep.

De helmbegroeiing geeft niet alleen stevigheid en bescherming tegen verstuiving maar kan ook zorgen dat de zeereep geleidelijk hoger wordt. Dankzij de helmbegroeiing blijft namelijk een aanzienlijk deel van het door de wind aangevoerde zand op de zeereep achter. Opmerkelijk daarbij is dat de groei van de helmplanten niet door het opstuivende zand wordt belemmerd maar juist wordt gestimuleerd. Het opgestoven zand bevat namelijk géén schadelijke organismen en de planten gedijen er goed in. De helmplanten op een niet groeiende zeereep gaan daarentegen vaak achteruit door de invloed van in de helmduinen veel voorkomende bodem-organismen.

Voortdurende opstuiving van strandzand beschermt de gezondheid van de helmplanten. Voor de kustverdediging is deze voorliefde van helm voor opstuivend zand een bijzonder gunstige eigenschap. Als er voldoende aanvoer van zand plaatsvindt blijft de helm in goede conditie en stuift er wél zand op de zeereep maar er niet van af. Zo kan de zeereep meegroeien met de zeespiegelstijging. (Belangrijke informatie over het bevorderen van een gezonde helmgroei is te lezen in het onderzoeksrapport "De aanleg van helmbegroeiing op zeewerende duinen" door W.H. van der Putten en W.J.M. van Gulik; uitg. Instituut voor Oecologisch Onderzoek, 1988.)


Zandsuppletie

Voortdurende opstuiving van strandzand vindt echter alleen plaats als er een breed strand is. Er kan dan steeds zand vanaf het strand op de zeereep waaien, zodat deze kan groeien. Tegenwoordig moet dit duinvormingsproces door zandsuppletie worden gestimuleerd, want natuurlijke duinvorming vindt alleen plaats gedurende periodes met een dalende zeespiegel. De tegenwoordige duinen zijn het resultaat van de zeespiegeldaling omstreeks de 15de eeuw. Doordat de zeespiegel tegenwoordig stijgt worden de stranden als geen maatregelen worden getroffen steeds smaller. Daarom moet door het opspuiten van zand worden gezorgd dat de stranden weer breder worden en breed genoeg blijven om dienst te kunnen blijven doen als zandleveranciers voor de zeereep.

Dat gebeurt tegenwoordig gelukkig ook op grote schaal. Jaarlijks worden miljoenen kubieke meters zand gesuppleerd en sinds met deze suppleties is begonnen zijn de meeste stranden aanzienlijk breder geworden. Ook is de zeereep op sommige plaatsen al een stuk hoger geworden. Het zand wordt van de zeebodem gewonnen op locaties waar de zee tenminste 20 meter diep is. In de komende decennia is zeer veel zand nodig om de stranden breed genoeg te laten worden en blijven.

De zeereep kan wat de helmbegroeiing betreft jaarlijks door opstuivend zand tot een meter hoger worden. Pas bij nog meer toevoer van zand zouden de helmplanten er onder te lijden hebben. Dus als voldoende wordt gesuppleerd kan de seminatuurlijke kustverdediging in enkele decennia zodanig worden versterkt dat hij ook bij extreme condities niet bezwijkt.


Ander onderhoud aan de seminatuurlijke zeewering

Tegenwoordig gaat men er ook steeds meer toe over om het zand in de zee vlakbij het strand, de zogenoemde vooroever, te storten. Vooroeversuppletie is goedkoper dan strandsuppletie en veroorzaakt minder hinder voor de strandrecreatie. Een ondiepe vooroever draagt er toe bij dat het strand voldoende breed blijft.

Maar zelfs als op de vooroever gesuppleerd wordt kan deze te diep worden als gevolg van stromingen die ongeveer evenwijdig aan de kust lopen. Deze stromingen ontstaan doordat golven vlakbij de kust afbuigen. Een mogelijke oplossing van dit probleem is de aanleg van dammen loodrecht op de kust. Die kunnen de stroming langs de kust tegengehouden, waardoor de verplaatsing van vooroeverzand wordt beperkt.

Een andere vorm van preventief onderhoud is het door riet- en takkenschermen zorgen dat de voet van de zeereep niet door golferosie wordt aangetast. Helm is een zoetwaterplant en als zodanig dus niet goed bestand tegen zeewater. De zeereep moet zich daarom op aanzienlijke hoogte boven NAP bevinden en mag alleen bij uitzonderlijk hoog water voor het zeewater bereikbaar zijn. Beschadiging van de duinvoet door hoge golven, zogenoemde golferosie, zou alleen bij een extreme stormvloed mogen optreden, want als het strand voldoende breed en hoog-oplopend is kan de zeereep bij normaal hoogwater niet door de golven worden bereikt. Het plaatsen van riet- en takkenschermen kan helpen om zand vast te houden op het hogere gedeelte van het strand.


Schadeherstel zeereep

Doeltreffend kustbeheer bestaat vooral uit een preventieve aanpak, waarbij ernstige erosie wordt voorkomen. Als er echter al ernstige beschadigingen zijn ontstaan dan zijn zandsuppletie en andere preventieve maatregelen niet meer doelmatig. Daarom moeten beschadigingen die door golferosie aan de duinvoet zijn opgetreden steeds onmiddellijk hersteld worden. Als dat niet gebeurt kan de schade nog ernstiger worden en kan zelfs een kerf in de zeereep ontstaan. Ook door winderosie en te weinig opstuiving kan op langere termijn zeer ernstige schade optreden. Dat begint met het op sommige plaatsen verzwakken en verdwijnen van de helmbegroeiing. Vervolgens kan een kuil ontstaan, die daarna door de wind steeds breder en dieper wordt.

De enige werkelijk effectieve methode om grote schades aan de zeereep te herstellen is het met grondverzetmachines ter plaatse storten van de nodige hoeveelheid zand en het vervolgens met helm beplanten van het zo gevormde duinlichaam. Opstuiving van zand kan wel zorgen voor de instandhouding en groei van de zeereep maar gaat veel te langzaam en te ongericht om ernstige schades te herstellen. Dus als de zeereep plaatselijk is weggeslagen dan moet op die plaats met bulldozers snel een nieuw massief zandlichaam worden gecreëerd en beplant. Zulke reparaties hebben in verband met de veiligheid altijd hoge urgentie.


De natuur zijn gang laten gaan?

Sommige natuurliefhebbers vinden het jammer dat de zeereep een massieve hoge afscherming tegen mogelijk zeegeweld vormt en willen graag dat het weer zo wordt als op sommige oude schilderijen. Die afbeeldingen laten een sterk gehavende en dus "natuurlijke" zeereep zien, met slufters waar het water bij vloed vrij doorheen kan stromen, zodat achter de zeereep een brakwater-milieu kan ontstaan.

Het streven naar een natuurlijk landschap mag echter vanzelfsprekend nooit ten koste gaan van de veiligheid. Bij het beheer van de zeereep moet veiligheid de primaire doelstelling zijn. Overigens zouden deze natuurkenners moeten weten dat brakwater in de duinen helemaal niet natuurlijk is, aangezien het oorspronkelijke duinlandschap een waterrijk zoetwater-milieu was.

Het principe "de natuur zijn gang laten gaan" is absurd en gevaarlijk als het gaat om een vitaal veiligheidsbelang. Doeltreffende kustbescherming is niet gediend met een naïeve romantische natuurbeschouwing. Systematische preventie en indien nodig krachtdadig herstel van schade aan de seminatuurlijke zeewering is noodzakelijk en mogelijk. Natuurlijke processen kunnen en moeten onder controle worden gebracht teneinde de veiligheid van het kustgebied te verbeteren en in stand te houden.


Copyright  ©  2010 Jan Everink