J  a  n      E   v   e  r   i   n  k      S  i  t  e   Home E-mail


Preventie van kusterosie, een vitaal veiligheidsbelang (2)

Overstromingsrisico is door de eeuwen heen toegenomen


door ing. Jan Everink

juli 2010

Tweede artikel in een serie van 3 over de preventie van kusterosie.

In het eerste artikel in deze serie werd toegelicht dat in ons land een bijzonder systeem voor zeewering wordt toegepast, waarbij natuurlijke processen bijdragen aan de bescherming tegen overstromingen.
Als gevolg van de zeespiegelstijging gaat de werking van deze seminatuurlijke zeewering echter steeds verder achteruit, een verschijnsel dat wordt aangeduid als kusterosie.
Het overstromingsrisico in Nederland is door de eeuwen heen toegenomen als gevolg van lange periodes met stijgende zeespiegel. Na een periode van daling omstreeks de 15de eeuw begon in de 16de eeuw de zee opnieuw te stijgen. Deze stijging is nog steeds aan de gang en er zijn aanwijzingen dat hij in de toekomst sterker gaat worden. Het overstromingsrisico is tegenwoordig veel groter dan veelal wordt aangenomen.


Terugkerende periodes met stijgende zeespiegel

De zeespiegel is al ruim 10.000 jaar aan het stijgen. De stijging was in sommige eeuwen zeer sterk en in andere gering. In sommige periodes zijn ook dalingen opgetreden maar op langere termijn kwam de zee almaar hoger. Voor Nederland had dat tot gevolg dat de strijd tegen het water vaak werd verloren. Als gevolg van de zeespiegelstijging en de overstromingen bleef het water in grote delen van het kustgebied permanent staan. Het later door inpoldering weer teruggewonnen land omvat nog maar een gedeelte van hetgeen verloren is gegaan.

Dat het land in de geschiedenis zo vaak en zo omvangrijk door de zee werd overstroomd stemt des te meer tot verontrusting omdat de zeespiegel toen veel lager was dan tegenwoordig. Er hebben zich toen dus kennelijk extreme noodweersituaties voorgedaan, waarbij het water hoger kwam en gewelddadiger was dan tijdens de vrij recente stormvloeden waarover exacte gegevens bestaan.

De Italiaanse archeoloog Mario Zanot ging op zoek naar archeologische en andere historische informatie betreffende grote legendarische overstromingen in het verleden. Hij kwam tot de conclusie dat er inderdaad meerdere enorme overstromingsrampen hebben plaatsgevonden, en slaagde er in om van drie ervan de periode nader te bepalen. Dat waren de Grote Zondvloed (ongeveer 11.000 jaar geleden), de Bijbelse Zondvloed (ongeveer 6000 jaar geleden) en de Minoïsche Zondvloed (ongeveer 3300 jaar geleden).

Deze legendarische rampen gebeurden in periodes met stijgende zeespiegel. In zulke periodes werd het land heel vaak door overstromingen getroffen. De overgeleverde verhalen gaan alleen over de zeer grote rampen maar in werkelijkheid waren er in die periodes nog veel meer overstromingen.

Zo is inmiddels bekend dat ons land omstreeks de 12de en de 13de eeuw door vele grote overstromingen werd getroffen. Dat kwam omdat de zeespiegel in die tijd weer sterk ging stijgen, namelijk in totaal ongeveer 5 meter. In de 13de eeuw vond gemiddeld elke 3 jaar een grote overstroming plaats. Het ontstaan van de Zuiderzee was een gevolg van de enorme zeespiegelstijging in die periode. (Zie mijn artikel "Risico nieuwe watersnoodramp door broeikas-effect en bodemdaling".)


Nieuwe periode van sterk stijgende zee

Na een periode van daling omstreeks de 15de eeuw begon in de 16de eeuw de zee opnieuw te stijgen. Deze stijging is nog steeds aan de gang en er zijn aanwijzingen dat hij in de toekomst sterker gaat worden. In de 16de eeuw veroorzaakte deze stijging grote rampen omdat men er niet op voorbereid was.
Onder meer werd de Zeeuwse stad Reimerswaal door het zeewater overstroomd en verwoest. Een andere ramp in de 16de eeuw, de Allerheiligenvloed, zette vrijwel het hele kustgebied van Vlaanderen tot Groningen onder water en kostte aan circa 20.000 mensen het leven.

Ook in de 17de en de 18de eeuw vonden vele overstromingen plaats. De wellicht grootste ramp was die van 1717. Vele dijken werden verwoest en de zee drong diep in het land door. Er vielen duizenden doden en in Haarlem, Amsterdam en zelfs het hooggelegen Groningen stroomde het water door de straten.

De sinds de 16de eeuw stijgende zee bleef het kustgebied teisteren en veroorzaakte behalve overstromingen ook een steeds verder gaande landinwaartse verplaatsing van de kustlijn. Zo weten we dat een groot deel van Egmond aan Zee verdween doordat de kustlijn ongeveer 200 meter landinwaarts opschoof. Ook van andere plaatsen is bekend dat de kust zich honderden meters landinwaarts heeft verplaatst.


Gevaar is verder toegenomen

Pas in de 19de eeuw begon men dankzij de technische vooruitgang de strijd tegen het water te winnen. Het lijkt er op dat daardoor begin 20ste eeuw de indruk was ontstaan dat het gevaar geheel was geweken.
In januari 1916 kwam echter opnieuw een groot deel van Noord-Holland onder water te staan doordat de dijken van de Zuiderzee, die in open verbinding met de Noordzee stond, het op tientallen plaatsen begaven. Dat er door deze enorme ramp maar 19 mensen om het leven kwamen was te danken aan het relatief geleidelijke verloop ervan. Daardoor was de bevolking van Waterland, het laaggelegen gebied ten Noorden van Amsterdam, nog tamelijk op tijd gewaarschuwd. Ook deze ramp gaf weer een impuls tot het versterken van de zeewering. Onder meer begon men met de aanleg van de Afsluitdijk, die in 1932 gereed kwam.

In 1953 bleek opnieuw duidelijk dat de Nederlandse kustverdediging niet in overeenstemming was met de werkelijke risico's. Hoezeer het gevaar werd onderschat blijkt wel uit het feit dat de bestaande procedures geen ruimte boden om de bevolking juist en op tijd te waarschuwen. De meest ernstige waarschuwing die men kon laten uitgaan was "gevaarlijk hoog water". Bij het KNMI wilde men waarschuwen voor een veel ernstiger toestand maar dat was binnen de voorgeschreven procedures niet mogelijk. Ook mocht men na middernacht, toen de dag zoals gewoonlijk met het Wilhelmus was afgesloten, geen waarschuwingen meer over de radio uitsturen. (Zie het artikel "Watersnood 1953: ergste natuurramp van de 20ste eeuw" op de website van het KNMI.) Kortom, men leefde in Nederland in de waan dat er geen grote overstromingen konden plaatsvinden en dat er dus zelfs niet eens serieuze waarschuwingsmogelijkheden hoefden te bestaan.


Risico werd steeds weer onderschat

Bij het versterken van de kustbescherming baseerde men zich in het verleden steeds weer voornamelijk op de hoogte en het geweld van het water tijdens de laatste grote overstroming. Exacte gegevens over nog grotere rampen die eerder hadden plaatsgevonden waren niet bekend. In deze tijd komt echter uit archeologisch en geologisch onderzoek meer informatie beschikbaar en kan het risico beter worden ingeschat.

Er zijn sterke aanwijzingen dat de zee veel hoger kan komen dan tijdens de laatste grote overstroming, de watersnoodramp van 1953. Toen kwam het water 455 cm boven NAP en dat was fataal, maar het had nog veel erger kunnen zijn. De springvloed van 31 januari 1953 was niet extreem hoog en de storm die toen woedde was ook niet de zwaarste storm van de 20ste eeuw. Als een combinatie van zeer ongunstige weersomstandigheden optreedt kan het water nog aanzienlijk hoger komen dan 455 cm boven NAP. Dat de zee in het verleden soms zeer grote hoogte heeft bereikt werd bevestigd door recent onderzoek van schelplagen die bij Heemskerk werden blootgelegd. ("Superstormvloedlagen in de zeereep bij Heemskerk" door Sytze van Heteren, ed.; Grondboor & Hamer nr. 3/4 - 2008, pag. 82-86.)

De zeespiegelstijging die in de 16de eeuw begon zal waarschijnlijk in deze of de volgende eeuw steeds sneller gaan. Dat kan worden afgeleid uit het cyclische patroon waarmee periodes van sterke stijging optreden. Bovendien hebben we te maken met de stijging door het broeikaseffect. De totale stijging in de komende eeuwen kan wel enkele meters bedragen. (Zie mijn artikel "Risico nieuwe watersnoodramp door broeikas-effect en bodemdaling".)

De sterkte van de zeewering moet afgestemd zijn op een pessimistisch toekomstscenario, want als het om de levens van miljoenen mensen gaat is elk risico onaanvaardbaar. Daarom is het van vitaal belang dat zowel de dijken als de seminatuurlijke kustbescherming aan zeer hoge eisen voldoen.

In het volgende en laatste artikel van deze serie wordt ingegaan op de verschillende technieken die beschikbaar zijn om de kusterosie te stoppen. Naast zandsuppleties zijn andere vormen van preventief onderhoud nodig, zoals helmgroei-bevordering en duinvoetbescherming. Verder moet hoge prioriteit worden gegeven aan het herstel van ondanks preventieve maatregelen toch ontstane schade aan de zeereep.

Naar deel 3  >>


Copyright © 2010 Jan Everink